547828388708201
Belachelijke prijs, compleet theorie pakket € 18.95. Nog 5 dagen, dit is je laatse kans
Bestel NU

Page content

Hoogte Boetes Bekeuringen voor 2016

Hoogte Boetes Bekeuringen voor 2016

Met ingang van 1 januari 2016 zijn de boetebedragen voor verkeersovertredingen nauwelijks verhoogd.

 

Boetes volgens de Wet Mulder

Hoogte van de boetes bij te hard rijden of overschrijding van de maximum toegestane snelheid met de personenauto in Nederland voor 2016. De boetes gelden voor de snelheidsovertredingen in 2016 met de personenauto -en alle andere motorvoertuigen op meer dan twee wielen, plus brommobielen. De opgelegde boetes zijn afhankelijk van het type weg waarop de snelheidsovertreding plaatsvindt en de eventuele wisselende omstandigheden op de verschillende wegen.

Hoogte boetes, geldbedragen bij snelheidsovertredingen

Meer dan tachtig procent van alle verkeersboetes wordt uitgedeeld vanwege te hard rijden, oftewel voor snelheidsovertredingen.
De bedragen van de boetes -voor te hard rijden- die in de tabel zijn opgenomen, betreffen boetes die nog administratief via de Wet Mulder worden afgedaan. Een minimumbedrag bij het overschrijden van de maximum toegestane snelheid waarvoor je -via de Wet Mulder- beboet kunt worden bedraagt: vanaf 27 euro tot een maximum van 401 euro. Vermelde boetebedragen zijn na correctie van de gemeten snelheid.
Vaststellen boetebedragen
De boetebedragen voor snelheidsovertredingen zijn opgenomen voor snelheidsovertredingen van 1 tot en met 30 km per uur. Het verschil in hoogte van de boetes wordt onder andere bepaald door de gereden snelheid, de snelheidsovertreding, de weg waar de snelheidsovertreding plaatsvindt, zoals: ‘binnen de bebouwde kom’, ‘buiten de bebouwde kom’, op de autosnelweg, de autoweg en bij wegwerkzaamheden.

Correctie op snelheidsovertredingen

De correctie op de gemeten snelheid bedraagt in km. per uur:

  • Bij een snelheidsoverschrijding van 00 t/m 100 km/u. – 3 kilometer.

  • Bij een snelheidsoverschrijding van 101 t/m 130 km/u. – 4 kilometer.

  • Bij een snelheidsoverschrijding van 131 t/m 165 km/u. – 5 kilometer.

  • Bij een snelheidsoverschrijding van 166 t/m 200 km/u. – 6 kilometer.

  • Bij een snelheidsoverschrijding van 201 t/m 230 km/u. – 7 kilometer.

Te vermelden gegevens in de toelichting
Gemeten, gecorrigeerde en toegestane snelheid, afstand waarover werd gevolgd en onderlinge afstand, wijze van constateren, snelheidsmeter wel/niet geijkt/getest, soort weg e.d.

Benadering bij wegwerkzaamheden
Bij wegwerkzaamheden moet sprake zijn van daadwerkelijk werkzaamheden op dat moment en/of van een gewijzigde wegsituatie, die een gevaar-scheppend element oplevert. Dit moet vermeld worden.

Snelheidsoverschrijding van meer dan 50 km/u.
(deze worden niet via de Wet mulder afgedaan)
Bij een snelheidsoverschrijding vanaf 50 km/h kan het rijbewijs ingevorderd worden en dient proces-verbaal te worden ingezonden aan het parket. Er moet dan wel een staande-houding plaatsvinden.

Inbeslagname van het voertuig
Bij overschrijding van de maximumsnelheid met meer dan 100% in samenhang met een geconcretiseerde gevaarzetting, kan je auto in beslag genomen worden. In twijfelgevallen zal -vóórdat tot inbeslagneming wordt overgegaan- overleg plaatsvinden met het OM.

Hoogte boete – beschikking voor bestuurders van personenauto’s volgens de Wet Mulder

  • Snelheden en bedragen zijn ná bovenvermelde correctie, maar zonder administratiekosten.
  • Maximumsnelheden op de getoonde verkeersborden kunnen afwijken.
  • In de tabel weergegeven getallen bij snelheidsovertredingen in km/u zijn bedragen in Euro’s.

Voor beginnende bestuurders -eerste vijf jaar- gelden andere/strengere regels.

Overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom en
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij plaatsing verkeersbord A1
MAXIMAAL € 325 bij een overschrijding van 30 kilometer

4 tot 29 km per uur  € 27.- tot € 309.-

Boetes volgens de Wet Mulder

Lichte verkeersovertredingen worden afgedaan via de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. In de volksmond is deze wet beter bekend als de “Wet Mulder”, genoemd naar de secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en lid van de Raad van State; mr. dr. Albert Mulder. Invoering van de wet had en heeft tot doel om overtredingen op eenvoudige administratieve wijze af te handelen, zodat het justitieel apparaat –het Openbaar Ministerie- minder wordt belast.
Onder de Wet Mulder vallen uitsluitend gedragingen, waarbij geen letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht.
Strafrechtelijk ontvangt u nu na een verkeersovertreding een transactievoorstel dat u dient te betalen. Bent u het niet eens met dit voorstel, dan bestaat de mogelijkheid om in beroep te gaan bij de Officier van Justitie. De boete zal echter wel eerst betaald moeten worden alvorens uw bezwaar in behandeling zal worden genomen. Wordt u in het gelijk gesteld, dan wordt de boete terug betaald.

Overtredingen snelheid, parkeren en stilstaan met de personenauto

De boetebedragen kunnen opgelegd worden bij verkeersovertredingen of overtreding van de verkeersregels.

Wet Mulder verkeersovertredingen overgebracht naar strafrecht

Een aantal overtredingen die tot 2015 onder de wet Mulder vielen, zijn overgebracht naar het strafrecht, waardoor veelplegers /recidive (in de volksmond “verkeershufters”) uit de anonimiteit worden gehaald en via de rechter zwaarder bestraft kunnen worden voor;
Als bestuurder

  • Een blinde, voorzien van een blindenstok niet voor laten gaan.
  • Een bestuurder van een gehandicaptenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats oversteekt of kennelijk op het punt staat over te steken, niet voor laten gaan.
  • Een voertuig inhalen vlak voor of op een voetgangersoversteekplaats.
  • Een andere bestuurder die links heeft voorgesorteerd en een teken geeft linksaf te willen slaan, links inhalen.
  • Een voetganger, die op een voetgangersoversteekplaats oversteekt of kennelijk op het punt staat over te steken, niet voor laten gaan.
  • Een persoon die zich moeilijk voortbeweegt niet voor laten gaan.
  • Als bestuurder van een motorrijtuig dat motorrijtuig niet op eerste vordering stilhouden.
  • Anders dan als bestuurder van een motorvoertuig waarmee sneller mag en kan worden gereden dan 60 kilometer per uur, een autosnelweg gebruiken.
  • Als bestuurder van een motorvoertuig op een autosnelweg keren.
  • Als bestuurder van een motorvoertuig op een autosnelweg achteruitrijden.
  • Als bestuurder van een motorvoertuig op een autosnelweg; deze op de rijbaan laten stilstaan.
  • Anders dan als bestuurder van een motorvoertuig waarmee sneller mag en kan worden gereden dan 50 kilometer per uur, een autoweg gebruiken.
  • Als bestuurder van een motorvoertuig op een autoweg keren.
  • Als bestuurder van een motorvoertuig op een autoweg achteruitrijden.
  • Als bestuurder van een motorvoertuig op een autoweg deze op de rijbaan laten stilstaan.

Als weggebruiker

  • Geen gevolg geven aan een door een opsporingsambtenaar ter zake van het verkeer op de weg gegeven aanwijzing.
  • Niet opvolgen van aanwijzingen gegeven door middel van verlichte transparant op personen‐, bedrijfsauto of motorfiets van; politie.
  • Niet stoppen voor een stopteken; gegeven door middel van een rode lamp.
  • Niet stoppen voor een stopteken; gegeven met een aan een politievoertuig aangebrachte verlichte transparant.
  • Niet opvolgen van de in de bijlage II RVV 1990 vastgestelde aanwijzingen; gegeven door daartoe bevoegde en als zodanig kenbare ambtenaar.
  • Bij verlicht rood kruis een rijstrook gebruiken.
  • Behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autosnelweg; over de vluchtstrook of vluchthaven rijden.
  • Behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autoweg over de vluchtstrook of vluchthaven rijden.

Eigenaar van een motorrijtuig is verantwoordelijk
Bij het begaan van een misdrijf hoeft geen staandehouding plaats te vinden en is de houder of eigenaar in eerste instantie verantwoordelijk. In dit geval geldt artikel 165 van de Wegenverkeerswet, namelijk:

  1. Indien een bij deze wet als misdrijf strafbaar gesteld feit wordt begaan door een bij de ontdekking van het feit onbekend gebleven bestuurder van een motorrijtuig, is de eigenaar of houder van dat motorrijtuig verplicht op vordering van een der in Artikel 159 bedoelde personen binnen een daarbij te stellen termijn, die ten minste achtenveertig uren bedraagt, de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend te maken.
  2. Het eerste lid geldt niet, indien de eigenaar of houder niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.

 

Boetebedragen, bekeuringen, sancties bij verkeersovertredingen in 2016

  • Om een opeenstapeling van sancties te voorkomen wordt per gebeurtenis voor ten hoogste drie gedragingen een sanctie opgelegd.

  • Bij minderjarigen van 12 tot 16 jaar worden de vastgestelde bedragen gehalveerd.

  • De hoogte van de boetes in het overzicht zijn gebaseerd op overtredingen, begaan door bestuurders van personenauto’s.

  • Sancties hebben in de praktijk een codering/nummer en worden eventueel nader onderbouwd door de bevoegde ambtenaar.

  • Waar in het overzicht OM staat weergegeven gold tot 2015 een boetebedrag van 370 euro. Vanaf 2016 beslist de officier van justitie over de sanctie.

 

Omschrijving van de overtredingBoete in euro’s
Plaats op de weg
Niet zoveel mogelijk rechts houden op:

  • Een auto(snel)weg.
  • Een andere weg dan auto(snel)weg.
140
230
Niet de rijbaan gebruiken als:

  • Bestuurder van een motorvoertuig (rijdend).
  • Bestuurder van een motorvoertuig (stilstaand).
140
90
Met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken (rijden) als bestuurder van motorvoertuig.140
Inhalen
Niet links inhalen.230
Oprijden van kruispunten
Een kruispunt blokkeren.230
Verlenen van voorrang
Geen voorrang verlenen aan bestuurders van rechts.230
Geen voorrang verlenen aan bestuurders op verharde weg.230
Geen voorrang verlenen aan bestuurder van een tram230
Een overweg opgaan, terwijl men niet direct kan doorgaan en deze niet geheel vrij kan maken.230
Bij een overweg een spoorvoertuig niet voor laten gaan en daarbij de overweg niet geheel vrij laten.230
Doorsnijden militaire colonnes/uitvaartstoeten
Als weggebruiker een militaire colonne doorsnijden.90
Als weggebruiker een uitvaartstoet van motorvoertuigen doorsnijden.90
Afslaan
Afslaan zonder richting aan te geven.90
Bij het afslaan niet het tegemoet komend verkeer voor laten gaan.230
Bij het afslaan niet het verkeer naast/ rechts dicht achter voor laten gaan.230
Bij het links afslaan de rechtsafslaande bestuurders niet voor laten gaan.230
Signalen
Als bestuurder van een motorvoertuig geen geel of groen zwaai-, flits- of knipperlicht voeren bij werkzaamheden en omstandigheden, waarbij dit, ingevolge artikel 6 van de Regeling optische en geluidssignalen, verplicht is indien de kans bestaat dat dit motorvoertuig niet tijdig wordt opgemerkt.

Signalen geven in andere gevallen of op andere wijze dan is toegestaan voor signalen (bijv. claxonneren).

Voor beide
overtredingen
geldt een boete
van Euro 90
Gebruik van lichten tijdens het rijden(verlichting zowel rijdend als stilstaand: Nacht – de periode tussen zonsondergang en zonsopgang
Geen dim- of grootlicht voeren bij:

  • Nacht, binnen de bebouwde kom.
  • Nacht buiten de bebouwde kom.
  • Dag, indien het zicht slecht is.
90
140
140
Groot licht voeren bij dag
Bij het tegenkomen van een andere weggebruiker, of bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig.140
Niet gelijktijdig branden van de achterlicht(en) met lichten aan de voorzijde.45
Bij nacht, binnen de bebouwde kom.90
Bij nacht, buiten de bebouwde kom.140
Bij dag, indien het zicht slecht is.140
Niet gelijktijdig branden van de achterkentekenplaatverlichting met lichten aan de voorzijde.45
Anders dan bij mist, sneeuwval of regen, die het zicht ernstig belemmert mistlicht(en) aan de voorzijde voeren.90
Mistachterlicht voeren, indien het zicht door mist/sneeuwval niet minder dan 50 meter is.140
Gebruik van lichten tijdens het stilstaan
Bij nacht of bij dag, indien het zicht slecht is buiten de bebouwde kom op de rijbaan of op een parkeer-/vluchtstrook of -haven langs een auto(snel)weg geen licht voeren op een stilstaand motorvoertuig.140
Bijzondere lichten
Als bestuurder van een motorvoertuig tegelijk met enig ander licht aan de voorzijde dagrijlicht voeren.140
Naast het dimlicht/mistlicht andere verlichting aan de voorzijde voeren dan het (de) toegestane bermlicht, bochtlicht, hoeklicht, richtlicht, markerings- of staaklichten:

  • Bij nacht.
  • Bij dag, indien het zicht slecht is.
  • Voeren van verlichte transparant door ander voertuig of op andere wijze dan genoemd.
Voor alle
overtredingen
geldt een boete
van Euro140
Autosnelwegen
Als bestuurder van een motorvoertuig op een autosnelweg:

  • Keren.
  • Achteruit rijden.
  • Op rijbaan motorvoertuig laten stilstaan.
OM
Behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autosnelweg:
Buiten noodzaak rijden over de vluchtstrook of vluchthaven.OM
Buiten noodzaak gebruik maken van de berm140
Buiten noodzaak stilstaan op de vluchtstrook of vluchthaven230
Autowegen
Als bestuurder van een motorvoertuig op een autoweg:

  • Keren.
  • Achteruitrijden.
  • Rijbaan motorvoertuig laten stilstaan.
OM
Behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autoweg
Rijden over de vluchtstrook of vluchthavenOM
Gebruik maken van de berm.140
Stilstaan op de vluchtstrook of vluchthaven.230
Erven
Binnen een erf parkeren anders dan op daarvoor bestemde parkeerplaatsen90
Voetgangers
Niet voor laten gaan van:

  • Een blinde voorzien van een blindenstok.
  • Een persoon die zich moeilijk voortbeweegt.
  • Voetganger (voornemens) op voetgangersoversteekplaats (over te steken).
  • Gehandicaptenvoertuig (voornemens) op -voetgangersoversteekplaats (over te steken).
OM
Voorrangsvoertuigen
Voorrangsvoertuig niet voor laten gaan.230
In- en uitstappende passagiers
Passagiers die bij een tram of autobus willen in- of uitstappen daartoe geen gelegenheid geven.370
Slepen
Bij slepen onderlinge afstand meer dan vijf meter90
Bijzondere manoeuvres
Zonder het overige verkeer voor te laten gaan:

  • Wegrijden.
  • Achteruitrijden.
  • Uit een uitrit de weg oprijden.
  • Van de weg een inrit inrijden.
  • Keren.
  • Invoegen.
  • Uitvoegen.
  • Van rijstrook wisselen.
Voor alle
overtredingen
geldt een boete
van Euro 230
Geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven bij:

  • Wegrijden.
  • Inhalen.
  • Oprijden van de doorgaande rijbaan.
  • Verlaten van de doorgaande rijbaan.
  • Het wisselen van rijstrook.
  • Belangrijke zijdelingse verplaatsing.
Voor alle
overtredingen
geldt een boete
van Euro 90
Een autobus geen gelegenheid geven weg te rijden van een halte.140
Onnodig geluid
Onnodig geluid veroorzaken.370
Gevarendriehoek
Geen gevarendriehoek plaatsen bij een obstakel (stilstaand motorvoertuig of aanhangwagen).140
Zitplaatsen
Tijdens deelname aan het verkeer als bestuurder of passagier niet op de voor hem/haar bestemde zitplaats zitten en/of als bestuurder (een) passagier(s) vervoeren terwijl deze/die niet op een zitplaats zit(ten) geldt niet voor: bus met staanplaatsen of incidenteel gebruik gangpad/toilet andere bus; kind < 3 jr in bus;passagiers < 18 jr en < 1.35 m, bij gebruik kinderzitplaats met gordels; vervoer rolstoelpassagiers; 1 persoon > 8 jr op bagagedrager fiets (geen snorfiets); passagier op ligplaats.140
Autogordels en kinderbeveiligingssystemen
  • Zonder autogordel (geldt voor bestuurder en / of passagier(s))
  • Passagier vervoeren jonger dan 12 jaar en korter dan 1.35 m die geen gebruikmaakt van een kinderbeveiligingssysteem.
  • Passagier vervoeren jonger dan 12 jaar met een lengte van 1.35 m of meer die geen gebruik maakt van een autogordel.
  • Voorin passagier vervoeren van 3 tot 18 jaar en korter dan 1.35 m, terwijl geen autogordel of goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem aanwezig is.
  • Passagier vervoeren jonger dan 3 jaar, terwijl geen autogordel of kinderbeveiligingssysteem beschikbaar is.
  • Terwijl de zitplaatsen voor passagiers zijn voorzien van autogordels, meer passagiers vervoeren dan er autogordels aanwezig zijn.
  • Passagier jonger dan 18 jaar vervoeren in naar achteren gericht kinderzitje op passagierszitplaats, terwijl voorairbag niet is uitgeschakeld.
  • In een taxi op een van de voorste zitplaatsen (een) passagier(s) vervoeren jonger dan 18 jaar en met een lengte van minder dan 1.35 m, terwijl geen kinderbeveiligingssysteem aanwezig is.
  • (een) passagier (s) jonger dan 12 jaar vervoeren terwijl de autogordel, de veiligheidsgordel of het kinderbeveiligingssysteem wordt gebruikt op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden de autogordel, de veiligheids-gordel of het kinderbeveiligingssysteem gebruiken op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden.
  • Rolstoelpassagier vervoeren zonder dat deze gebruik maakt van veiligheidsgordel die deel uitmaakt van motorvoertuig of van systeem waarmee de rolstoel aan de vloer is bevestigd.
Voor alle
overtredingen
geldt een boete
van Euro 140
Rolstoelpassagier vervoeren zonder dat de stabiliteit van de rolstoel en de veiligheid van de passagier worden gewaarborgd.230
Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur
Tijdens het rijden een mobiele telefoon vast houden.230
Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten personen vervoeren
In de gesloten laadruimte van een motorvoertuig, geldt niet voor laadruimte (dieren) ambulance, reddingsbrigade of rolstoelvervoer.140
In de open laadruimte van een motorvoertuig, dan wel in of op een aanhangwagen achter een motorvoertuig.230
Verkeersborden
Geen voorrang verlenen (B6).230
Niet stoppen bij stopbord (B7).140
Geen voorrang verlenen (B7).230
Niet stoppen en geen voorrang verlenen bord B6, bord B7.230
Handelen in strijd met geslotenverklaring:
In beide richtingen (C1).90
In beide richtingen (C1) weg(gedeelte) bestemd voor aangewezen categorie(ën) voertuigen (doelgroepstroken) bord C1, bord C2 .140
Eenrichtingsweg overige wegen (C2).140
Eenrichtingsweg (C3).140
Eenrichtingsweg (C4) bord C3 bord C4.140
Motorvoertuig op meer dan twee wielen (C6).90
Motorvoertuig met aanhangwagen (C10) bord C10 bord C11.90
Alle motorvoertuigen (C12).90
(samenstel van) voertuigen langer dan aangegeven (C17).140
Voertuigen breder dan aangegeven (C18) bord C18 bord C19.140
Voertuigen hoger dan aangegeven (C19) bord C20 bord C21.140
Rijden in strijd met verplichte rijrichting
  • Op rotonde (D1.)
  • Bij gebod voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft (D2).
  • Bij gebod tot het volgen van de aangegeven rijrichting (D4).
  • Bij gebod tot het volgen van de aangegeven rijrichting (D5).
  • Bij gebod tot het volgen van één van de aangegeven rijrichtingen (D6).
  • Bij gebod tot het volgen van één van de aangegeven rijrichtingen (D7).
Voor alle
overtredingen
geldt een boete
van Euro 90
Parkeerverboden op borden
Parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (E1).90
Laten staan in strijd met verbod stil te staan (E2).90
Geboden en verboden
Inhalen in strijd met inhaalverbod (F1).230
Doorgaan in strijd met verbod door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting (F5).140
Keren in strijd met keerverbod (F7).140
Niet stoppen bij stopgebod (F10).230
Verkeerslichten (driekleurig verkeerslicht)
Niet doorgaan bij groen licht.140
Niet stoppen voor rood licht.230
Tweekleurig verkeerslicht
Niet stoppen voor rood licht.230
Overweglichten
Niet stoppen voor rood knipperend overweglicht.230
Bruglichten
Niet stoppen voor rood (knipperend) bruglicht.230
Rijstrooklichten
Rijstrook aangeduid met verlicht rood kruis gebruiken.OM
Rijstrook aangeduid met rijstrooklicht “BUS” gebruiken.140
Toeritdosering
Niet stoppen voor rood bij toeritdosering.90
Verkeerstekens op het wegdek
Doorgetrokken streep tussen rijstroken/op paden met verkeer in één richting als bestuurder de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep overschrijden met verkeer in een richting.140
  • Als bestuurder de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep overschrijden met verkeer in beide richtingen.
  • Verdrijvingsvlak gebruiken.
  • Als bestuurder een puntstuk gebruiken niet van toepassing indien bestuurder spitsstrook volgt, die splitsing of samenvoeging van wegen, rijstroken of rijbanen passeert.
  • Andere richting volgen dan richting van voorsorteervak.
  • Na verlaten van doorgaande rijbaan andere richting volgen dan richting die pijlen op uitrijstrook aangeven.
Voor alle
overtredingen
geldt een boete
van Euro 230
Niet stoppen voor stopstreep stopt wel maar niet voor streep.90
Bij haaietanden geen voorrang verlenen aan bestuurders op kruisende weg.230
Als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus, autobus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met “BUS”.140
Als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus of tram, gebruik maken van een busbaan of – strook aangeduid met: “LIJNBUS”.140
Aanwijzingen
Verplichtingen weggebruikers:

  • Niet opvolgen stopteken dmv een rode lamp.
  • Niet opvolgen verlichte politietransparant.
  • Niet opvolgen verlichte transparant weginspecteur Rijkswaterstaat.
OM
Niet opvolgen aanwijzing:

  • Verkeersbrigadier bord F10.
  • Gegeven door daartoe bevoegde en als zodanig kenbare ambtenaar bevoegdheid.
  • Gegeven door daartoe bevoegde en als zodanig kenbare verkeersregelaar.
  • Gegeven met verlichte transparant op voertuig van politie.
  • Gegeven met verlichte transparant op voertuig van Rijkswaterstaat of bedrijfsauto van
  • transportbegeleider.

 

OM

MijnTheoriehalenNL-Logo

 

mijntheoriehalen-nl-bestel-nu-blauwJe eigen theorie opleiding voor maar € 18.95

bron: infonu.nl

Comment Section

0 reacties op “Hoogte Boetes Bekeuringen voor 2016

Plaats een reactie


*